1602 – Dienst Bouc

607px-Jan_van_Hout_1542-1609

Jan van Hout (1542-1609) is een van die personen die zomaar opduiken in tijden van crisis en dan laten zien tot wat ze in staat zijn. Van Hout was van eenvoudige komaf en werkte in eerste instantie als ambtenaar bij de gemeente. In 1569 werd hij wegens ketterse symphatieen ontslagen en ging hij in ballingschap. Hij woonde tot 1573 in Zoutleeuw bij St. Truiden, de geboorteplaats van zijn vrouw. Hij keerde terug in 1573, naar het inmiddels protestantse Leiden. 

En toen kwam het roemruchte beleg. Hij raakte bevriend met Janus Dousa en was er met Dousa en nog een klein gezelschap verantwoordelijk voor dat Leiden volhield tot het kon worden ontzet.

Jan_van_Hout_-_Vruntschap_-_1575

Van Hout was bevriend met Coornhert en bepaald geen vriend van de strenge calvinisten. Toen de preek van een dominee hem niet beviel haalde hij een pistool tevoorschijn en stelde burgemeester Van der Werff, die naast hem zat, voor dat hij de predikant van de kansel zou schieten. Zover kwam het niet maar hij liet wel de kerkenraad vervangen door vrienden die zijn tolerantie inzichten deelden.

Als stadssecretaris – hij zou het tot zijn dood in 1609 blijven – speelde Van Hout een belangrijke rol. Hij organiseerde jaarmarkten, dichtwedstrijden – hij schreef zelf ook gedichten en een toneelstuk – en hij was secretaris van de universiteit. Hij speelde een belangrijke rol bij het oprichten van de bibliotheek en zorgde er voor dat er een academiedrukker kwam.

_DSF8978

Ook de stad kreeg een door Van Hout ingerichte drukkerij waar ordonnanties onder zijn toezicht werden gedrukt. Wat van zijn persen kwam, behoort tot het mooiste drukwerk dat in de Gouden Eeuw in Nederland is vervaardigd. In sommige exemplaren vind je in zijn eigen handschrift aanvullingen en opmerkingen. 

_DSF8980

De regels in zijn ordonnanties getuigen stuk voor stuk van het inzicht en verstand dat is voorbehouden aan even intelligente als onafhankelijke geesten. Zelfverzekerd en met humor regelde hij de zaken in de stad op een manier die eeuwen lang bepalend is geweest voor de, humane, manier waarop de gemeente Leiden omging met haar burgers.

_DSF8981

Jan van Hout. Der stadt Leyden Dienst-bovc, innehoudende verclaringe van tvvezen ende ghelegentheyt vande zelve stadt. Leiden, op het Raedthuys, 1602

Advertenties

1601: Quaris quit sit Amor

810px-Daniel_Heinsius_(anonyme)

Daniël Heinsius (1580-1655) was een van de grotere geleerden uit onze Gouden Eeuw. Hij werd geboren in Gent en zijn ouders waren protestanten die vluchtten voor Alva en zijn bloedraad. In 1588 vestigden zij zich in Vlissingen.

Heinsius studeerde in eerste instantie rechten in Franeker – hij was zestien toen hij aan zijn studie begon – maar stapte na twee jaar over naar Leiden. Ook daar schreef hij zich in als rechtenstudent maar al snel bleek dat zijn hart lag bij de letteren. Hij schreef gedichten en studeerde Grieks. Hij was de lieveling van Scaliger en Dousa – die zijn talent terecht bewonderden en hem hielpen het te ontwikkelen. Hij was bevriend met Hugo de Groot. 

Heinsius was 23 toen hij tot buitengewoon hoogleraar in de poëtica werd benoemd. Zes jaar later volgde hij Scaliger op. Hij was ook nog bibliothecaris van de universiteit.

Leiden_1610

De internationale roem van Heinsius berust – nog altijd – op zijn edities van de klassieken. Hij schreef prachtige gedichten in het Latijn die, net als zijn gedichten in het Grieks (iets waar maar weinigen toe in staat waren in Europa) voorbehouden zijn aan erudiete kenners van het Neolatijn en Grieks. Daarnaast schreef hij gedichten in het Nederlands. 

In 1601 verscheen zijn Quaeris quid sit Amor onder het pseudoniem Theocrites van Gent. De naam van de drukker staat er niet op, maar Ronald Breugelmans heeft, op basis van typografisch onderzoek, aangetoond dat de Amsterdamse drukker Herman de Buck het heeft gedrukt. 

_DSF8960

De tekst is gezet uit een civilité, een lettertype dat op een informeel handschrift uit die tijd lijkt en populair was rond 1600 en daarna langzaam werd vergeten. De bundel is geïllustreerd met etsen en de oplage zal dan ook niet groot zijn geweest. Van een etsplaat konden een paar honderd goede afdrukken worden gemaakt, daarna liep de kwaliteit achteruit. Het zijn emblemata: plaatjes met randschriften in het Frans en Latijn, voorzien van een verklarend gedicht in het Nederlands. De jonge dichter – hij was 21 toen de bundel verscheen – is direct of indirect duidelijk beïnvloed door Petrarca. Tranen die uit vuur ontstaan, zoet verdriet, zon en maan, honing en bittere gal – de eindeloze variaties op het ijzige vuur.

_DSF8949

In de secundaire literatuur zien we hem op latere leeftijd terug als een eenzame en ‘ietwat verbitterde oude man’ die meer dronk dan goed voor hem was en uiteindelijk met een sinecure werd afgescheept. Of dat waar was? De ervaring leert dat auteurs van artikeltjes gemakzuchtig zijn en dat een roddel – ‘weet je wie ik dronken op het Rapenburg zag rondkruipen? Heinsius!’ eindeloos wordt herhaald en in de loop der tijd groeit en groeit. 

Maar wie weet. Hij was niet alleen hoogleraar maar ook secretaris van de Synode van Dordrecht – hij koos de kant van de orthodoxe contraremonstranten. Al zijn geleerde en intelligente vrienden, denk aan Petrus Scriverius en Hugo de Groot, hoorden bij de andere partij. Oprecht geloof of opportunisme? Zijn verdere carrière wijst toch wel enigszins op het laatste. En hoe kan een dichter die zichzelf Theocritus van Gent noemt een vriend zijn van het soort doemdenkers dat de predestinatie verheerlijkt? Dat een dergelijke keuze uiteindelijk een weg is die je in eenzaamheid moet afleggen in de wetenschap dat hij letterlijk doodloopt – dat is een besef dat komt als het te laat is.

Maar dat weet de jeugdige dichter natuurlijk nog niet. Die heeft een bundel met prachtige gedichten geschreven. Je stelt je hem voor, in de drukkerij – of prozaïscher gewoon thuis in Leiden. Daar zijn de boeken. Hij pakt de bedrukte vellen uit. Zijn eerste echte boek. En een literaire mijlpaal en dat heeft hij misschien juist wel beseft.

_DSF8964 2

Pieter III Arentsz (1633/34-1688) – Amsterdams drukker en uitgever

Pieter Arentsz werd in 1633/34 te Hamburg geboren en in 1688 in de Nieuwe Kerk bergraven. Hij woonde op het adres Beursstraat 3, met uithangbord De Drie Rapen. Hij huwde in 1664 met Jannetje de Loecker (1641-voor 1666). In 1666 huwde hij opnieuw, met Catharina Wijnberg (1639/40-1715). 

In 1665 schreef hij zich in als boekverkoper. Volgens gegevens in de STCN was hij van 1656 tot 1688 als uitgever en drukker actief. 

In 1679 kreeg Arentsz een boete van 1000 gulden  voor het drukken van Sociniaanse geschriften. Eerder was zijn grootvader al beboet met één ducaat voor het verkopen van beledigende gedichten (1657), met 10 gulden wegens het nadrukken van een resolutie en met 50 gulden voor het nadrukken van van de gedichten van Jacob Cats. Zijn weduwe kreeg in 1714 op haar beurt eveneens met de schout te maken. Zij kreeg een boete van 600,-. voor het drukken van pamfletten.

Pieter Arentsz was doopsgezind en zijn fonds bestaat voor een groot deel uit doopsgezinde werken. Maar hij drukte dus ook – illegaal – Sociniaanse werken. Verder gaf hij het werk uit van Antoinette Bourignon.

Hij werd opgevolgd door zijn weduwe en zijn schoonzoon Cornelis van der Sijs. De laatste zou tot 1747 actief blijven.

1669-2

Enkele gedigitaliseerde uitgaven van Bourignon:

Het graf der valsche theologie. Dl 1. 1669

Het graf der valsche theologie. Dl 2. 1670

Advertissement … tegen de secte der quakers. 1672

Over Antoinette Bourignon

[Bron Van Eeghen III:15-16]

Wouter Nijhoff’s L’Art Typographique

Wouter_Nijhoff_(1866-1947)

Wouter Nijhoff (1866-1947) was one of the great Dutch book historians and a specialist in early Dutch printing. Together with mrs Kronenberg he published the bibliography of the Low Countries 1501-1641, a monumental work that so far has not been superseded.

In 1926 he started with the publication of another hall mark: L’art typographique dans les Pays-Bas pendant les années 1500 à 1540. La Haye, 1926-1935. In French, then the language of erudite scholars. It consists of a meticulous introduction with bibliographical descriptions of all illustrations.

It was both published as a book and as loose-leaf edition. The latter made it of course easier to compare different reproductions.

Our digital edition is even more accessible than the copy we digitized. We present it here as a metabotnik.

We also want to celebrate our first public presentation in a museum. For the St Laurens church in Alkmaar we created an overview of details of 16th century books from the Alkmaar Librije that dates from the 16th century and was in use until the 18th century. It is a touch screen and the effect of being able to zoom in to the smallest details of more than 1100 images is overwhelming.

IMG_7281

A beautiful designed touch screen ‘Knowledge is Beautiful’ (The Dutch ‘Kennis is Pracht’ is a pun on ‘Kennis is Macht’ Knowledge is Power”)

From:

IMG_7279

To:

IMG_7282

in seconds – it works like a tablet.

 

 

 

De Bijbel als Beeldverhaal

_DSF9476

Dit boek dient als het ware als samenvatting van de Bijbel. Barrefelt beschrijft aan de hand van 83 gravures van Pieter van der Borcht de verhalen uit het Oude en Nieuwe Testament. Het in een romeinse letter gezette werk kent een vaste indeling. Boven aan de pagina staat de afbeelding, met daaronder in twee kolommen de beschrijving. 

_DSF9517

Barrefelt was eerst een aanhanger van Hendrik Niclaes, die een sekte leidde waar de Antwerpse drukker Christoffel Plantijn ook enige tijd deel van uitmaakte. Na onenigheden verlieten Barrefelt en Plantijn de sekte en werd Barrefelt, op aandringen van onder andere Plantijn, zelf sekteleider.

_DSF9552

Vanaf dat moment was Barrefelt ook wel bekend als Hiël en zijn volgers waren Hiëlisten genaamd.[1] Het opvallende is dat Barrefelt pas na zijn breuk met Niclaes zelf is gaan publiceren. Dit werk, in het Nederlands getiteld Bibelsche Figueren,  is uitgegeven in het Nederlands, Frans en Latijn.

_DSF9475

BARREFELT, Hendrik Jansen, Figvres de tovtes les plvs remarqvables histoires […] (Amsterdam 1613)

[Irene van Dijk]

Bron: Lancée, J.A.L., ‘Barrefelt (Barrefeld, Barneveld), Hendrik Jansen van’ in: D. Nauta e.a. eds., Biografisch lexicon voor de geschiedenis van het Nederlands protestantisme. Deel 2 (Kampen 1983) 42-43.

 

Spektakel in de Schouwburg!

SK-A-4592

Jan Vos (1610-1667) vermeldt duidelijk in zijn voorwoord van het treurspel Aran en Titus (1641) dat hij behalve dichter ook een ambachtsman is. Hij verraste niet alleen de literaire elite, maar ook het grote publiek met dit toneelstuk. Aran en Titus was een bloederig drama in de stijl van Seneca en trok de aandacht door de vele gruwelen in het stuk, er vallen niet minder dan elf doden. Op het toneel inplaats van achter de coulissen, zoals in het klassieke drama gebeurde. 

Titus

Na de opvoering van het stuk in de Amsterdamse schouwburg werd er vol lof over gesproken door niemand minder dan Van Baerle en Huygens. Het stuk was dan ook een spektakel. De schouwburg werd in 1665 zelfs verbouwd om decorwisselingen en speciale effecten mogelijk te maken. Na zijn grote succes kreeg Jan Vos toegang tot de stedelijke elite en hij werd in 1647 zelfs benoemd tot hoofd van de schouwburg.

De ambachtsman Vos profiteerde mee van het succes van de schrijver Vos. Zo werd hij stadsglazenmaker wat inhield dat alle kapotte en nieuwe ruiten van openbare gebouwen door hem werden aangebracht.

_DSF9588

Aran en Titus. Amsterdam, Dominicus van der Stichel voor Aeltje Verwou, 1641

[Stella van Dinteren]

Pleegde Reinier de Graaf plagiaat?

Reinier de Graaf

Reinier de Graaf *engraving *14.4 x . 9.3 cm *inscribed b.:Regnerus De Graaf / Delphis Medicinae Doctor

Reinier de Graaf (1641-1673) was een Nederlandse arts en werkzaam in Delft. Hij was een van de eerste artsen die anatomisch onderzoek deed naar de voortplantingsorganen van de vrouw én naar de voortplanting van dieren.

_DSF9665

Op basis van onderzoek bij konijnen ontdekte hij het verband tussen de eisprong en de coïtus.  De blaasjes om de eicel heten naar hem Graafse follikels. Het is goed mogelijk dat hij zijn publicatie deels heeft gebaseerd op onderzoek van Zwammerdam. Die heeft hem dat in ieder geval in het openbaar verweten.

_DSF9664

De Graaf wees ook een deel van de wand van de vagina aan als erogene zone en die heet nu – niet naar hem vernoemd maar wel toepasselijk – G-spot.

Jorink_fig3

De Graaf stierf jong en hier en daar wordt gesuggereerd dat hij zelfmoord zou hebben gepleegd, gekwetst als hij was door de aanval van Zwammerdam. Hij is begraven in de Oude kerk in Delft en daar draagt tegenwoording een ziekenhuis zijn naam.

Regnerus de Graaf, Alle de wercken, so in de ontleed-kunde, als andere deelen der medicyne. Amsterdam, Abraham Abrahamse, 1686

[Maartje Veringa]